Lena

Ik had Milo nog geen twee uur gekend.

In die tijd had ik geleerd dat hij ducttape als een serieus bouwmateriaal beschouwde, dat hij gesprekken met onbekenden begon alsof hij al een vervolgafspraak had ingepland, en dat zijn telefoon blijkbaar gekoppeld was aan een rode beha.

Niet aan een speaker.

Niet aan oortjes.

Aan een beha.

De telefoon bleef over zijn kraam rinkelen.

Milo keek ernaar alsof het apparaat hem persoonlijk had verraden.

“Je moeder belt,” zei ik.

“Dat zie ik.”

“Misschien wil ze feliciteren.”

“Mijn moeder feliciteert pas als iets verzekerd is.”

De rode Braphone rinkelde vrolijk verder. De beltoon was een kort stukje van een oud disco-nummer. Het was onmogelijk om er waardigheid bij te voelen.

Een vrouw bij de bloemenkraam draaide zich om.

De visboer stak zijn hoofd naar buiten.

Zelfs de man met de prei stond nu weer aan de overkant. Hij had zijn boodschappentas tegen zijn been gezet en keek met open belangstelling toe.

Milo pakte zijn telefoon op.

“Goedemorgen, mam.”

Uit de rode bh klonk een vrouwenstem. Helder, luid en zonder enige twijfel.

“Waarom neem je zo laat op? Ik zag je bericht pas net. Sta je al op de markt?”

Milo hield zijn telefoon iets van zich af.

“Ja. De markt is begonnen.”

“En? Verkoop je al?”

Ik keek naar de ene lege plek op zijn tafel.

Milo keek ook.

“Er is belangstelling.”

“Dat is geen antwoord.”

“Eén verkoop.”

Zijn moeder zweeg even.

Toen zei ze: “Aan wie?”

“Mevrouw Van Dongen.”

“Wie is mevrouw Van Dongen?”

“Een vrouw.”

“Dat hoop ik, Milo. Anders heb je een veel groter probleem.”

De man met de prei begon te lachen. Hij deed niet eens meer zijn best om het te verbergen.

Milo kneep zijn ogen dicht.

“Ze heeft hem gekocht voor haar dochter.”

“Dat is heel goed,” zei zijn moeder. “Een dochter is jonger. Jongere mensen begrijpen techniek.”

Ik wist niet of ik die redenering helemaal eerlijk vond. Maar ik begon zijn moeder wel te waarderen.

“Wie staat daar naast je?” vroeg ze.

Milo keek naar mij.

“Niemand.”

Ik trok één wenkbrauw op.

Uit de Braphone klonk een klein piepje. Daarna zei de stem van zijn moeder:

“Dat was duidelijk een vrouw die beledigd ademhaalde.”

Milo zuchtte.

“Mijn buurvrouw op de markt.”

“Verkoopt zij ook bh’s?”

“Nee, mam.”

“Wat verkoopt ze dan?”

“Kaarsen.”

“Nou, dat klinkt nuttig.”

Ik keek Milo aan.

Hij keek terug.

Daar was het moment waarop ik had kunnen besluiten dat ik hem vervelend vond. Echt vervelend. Het zou gemakkelijk zijn geweest. Hij stond hier met een kraam vol pratende lingerie en zijn moeder had zojuist, via een speaker in een cupmaat vijfenzeventig C, mijn beroep nuttig genoemd.

Maar Milo keek er niet arrogant bij.

Hij keek vooral moe.

Een beetje rood ook.

Dus boog ik me naar de rode Braphone.

“Goedemorgen,” zei ik.

Aan de andere kant bleef het stil.

“Met Lena,” voegde ik eraan toe. “De buurvrouw met de kaarsen.”

“Oh,” zei zijn moeder. “Wat gezellig. Heeft Milo al iets doms gedaan?”

Milo sloot zijn ogen.

“Dat is een harde vraag voor zo vroeg op de dag.”

“Hij hangt scheef,” zei ik.

“Zijn spandoek?”

“Ook.”

Zijn moeder lachte. Het was een warme lach. Niet hard, niet gemeen. Ik begreep ineens waar Milo zijn gewoonte vandaan had om na iedere ramp toch nog iets optimistisch te zeggen.

“Nou,” zei ze, “dan gaat het dus precies zoals verwacht.”

“Mam.”

“Ik zeg alleen maar dat jij onder druk vaak verrassend creatief bent.”

“Dank je.”

“Dat was geen compliment.”

Ik keek naar Milo.

Hij keek naar mij.

“Dat hoor ik vaker,” zei hij.

Ik moest lachen. Tegen mijn zin in. En nog erger: hij hoorde het.

Zijn glimlach kwam meteen terug, alsof iemand binnen in hem een lampje had aangezet.

“Goed,” zei zijn moeder. “Ik laat jullie werken. Milo, eet iets dat geen energiereep is. En Lena?”

“Ja?”

“Veel succes met hem.”

Toen werd de verbinding verbroken.

De markt klonk ineens weer normaal. De visboer gooide ijs in zijn bak. Een kind zeurde om een stroopwafel. Iemand liet een metalen krat vallen.

Milo legde zijn telefoon op tafel.

“Mijn moeder heeft een heel eigen manier van steun geven.”

“Ze lijkt me eerlijk.”

“Dat is een vriendelijk woord voor het.”

Hij trok het grote roze spandoek van zijn kraam. Het was aan één kant gescheurd. De letters van Luister & Lift waren dubbelgevouwen, waardoor er nu stond:

LUIST & LIFT

“Dat klinkt als een sportschool waar ik niet heen wil,” zei ik.

Milo bekeek het doek.

“Of een slechte taxidienst.”

“Dat ook.”

Hij legde het spandoek op de grond en pakte de ducttape.

“Je weet dat ik hier een schaar heb,” zei ik.

Hij keek op.

“Een echte?”

“Ja, Milo. Een schaar. Met twee bladen en handvatten.”

“Dat klinkt bijna te mooi om waar te zijn.”

Ik haalde een grote zwarte schaar uit de kist onder mijn tafel en gaf hem aan.

Zijn vingers raakten heel even de mijne.

Dat stelde niets voor.

Een markt was koud. Mensen gaven elkaar de hele dag geld, tasjes en producten aan. Handen kwamen nu eenmaal soms tegen handen.

Toch keek Milo een fractie langer op dan nodig was.

“Dank je,” zei hij.

“Gebruik hem verstandig.”

“Ik zal proberen niets uit te vinden.”

“Dat lijkt me voor vandaag verstandig.”

Hij knipte een strook ducttape af. Tot mijn verbazing deed hij dat netjes. Zelfs precies recht.

“Je kunt dus wel zorgvuldig werken,” zei ik.

“Mijn vader was meubelmaker.”

Ik keek op.

Milo plakte de gescheurde rand van zijn spandoek vast. Deze keer trok hij het doek niet te strak. Hij liet ruimte voor de wind.

“Hij zei altijd dat je materiaal niet moest dwingen,” ging Milo verder. “Als je iets te strak trekt, scheurt het op een moment dat je het niet verwacht.”

Dat klonk anders dan zijn eerdere praatjes over innovatie en draagbare vrijheid.

Rustiger.

Ik zette een paar kaarsen recht.

“Was hij ook uitvinder?”

“Nee. Hij maakte dingen die mensen al nodig hadden. Tafels, kasten, boekenplanken. Heel degelijke dingen.”

“En jij maakt bh’s die podcasts afspelen.”

“Ja.”

Hij keek naar de Braphones op zijn tafel.

“Mijn vader zou waarschijnlijk zeggen dat ik de wereld ingewikkelder maak dan nodig is.”

“En wat zou je moeder zeggen?”

“Dat ik er wel een goede verpakking omheen moet doen.”

“Dat klinkt inderdaad als je moeder.”

Milo grijnsde.

Toen kwam er een vrouw op ons af. Ze droeg een lange beige jas en had een bril met rode monturen. Aan haar arm hing een grote tas die zo vol zat dat ik niet begreep hoe de rits nog dicht kon.

Ze liep eerst naar mijn kraam.

“Heb je iets voor een collega die altijd zegt dat ze prima functioneert zonder koffie?” vroeg ze.

Ik wees naar een middelgrote pot.

“Deze. Ontkenning met een vleugje espresso.

“Perfect.”

Terwijl ik de kaars inpakte, keek de vrouw naar Milo’s kraam.

“En wat verkoop jij?”

Milo ging rechter staan. Zijn gezicht veranderde direct. Daar was de uitvinder weer. De man die waarschijnlijk een broodrooster met een handleiding van veertig pagina’s kon verkopen, zolang je hem niet onderbrak.

“De Braphone,” zei hij. “Een comfortabele bh met ingebouwde bluetoothkoptelefoon.”

De vrouw knipperde.

“Waarom?”

Milo keek heel even mijn kant op.

Blijkbaar had hij geleerd dat dit een belangrijke vraag was.

Daarna zei hij: “Omdat sommige mensen muziek willen luisteren zonder losse oortjes. Omdat telefoongesprekken soms handiger zijn wanneer je handen vol zijn. En omdat een bh al de hele dag met je meegaat.”

De vrouw keek naar de zwarte Braphone.

“Dus hij praat niet vanzelf?”

“Nee,” zei Milo snel. “Alleen als u hem koppelt.”

“Dat is geruststellend.”

Ze pakte het model op. Ze voelde aan de bandjes en bekeek het kleine knopje aan de zijkant.

“Werkt hij echt?”

“Ja,” zei Milo.

Ik keek naar het blauwe lampje.

Milo keek ook.

“Meestal,” voegde hij toe.

De vrouw lachte.

“Dat is eerlijk. Mag ik luisteren?”

Milo pakte zijn telefoon. Dit keer zette hij het volume laag. Hij drukte op het knopje. Het lampje knipperde blauw.

“Verbonden,” zei een stem, zacht genoeg om niet de hele markt te laten meeluisteren.

Daarna klonk rustige pianomuziek.

De vrouw hield de Braphone voorzichtig tegen haar oor. Haar gezicht veranderde.

Niet heel veel.

Maar genoeg.

“Dat klinkt eigenlijk verrassend goed,” zei ze.

Milo straalde.

“Dank u.”

“En waar komt het geluid precies vandaan?”

“Uit kleine speakers in de cups. De stof dempt het geluid naar buiten toe. U hoort het duidelijk, maar de mensen om u heen bijna niet.”

De vrouw knikte bedachtzaam.

“Mijn man kijkt iedere avond voetbalfilmpjes in bed.”

“Dan is dit misschien ook iets voor hem,” zei Milo.

“Hij heeft geen bh-maat.”

“Dat is geen onoverkomelijk probleem. We werken aan uitbreiding.”

Ik liet bijna de kaars vallen die ik inpakte.

De vrouw lachte hard.

“Doe mij deze maar,” zei ze. “Maat tachtig D, alsjeblieft.”

Milo pakte de juiste maat. Hij deed er een eenvoudige witte doos omheen, met daarop in felroze letters:

BRAPHONE
LUISTER & LIFT

De vrouw rekende af.

Twee verkopen.

Milo keek naar het bedrag op zijn pinautomaat alsof het bewijs was geleverd dat de beschaving toch nog te redden viel.

“Dank u wel,” zei hij. “U gaat er geen spijt van krijgen.”

De vrouw stopte de doos in haar tas.

“Dat zei mijn eerste man ook.”

Daarna liep ze weg.

Milo keek haar na.

“Ze had humor.”

“Ze had ervaring,” zei ik.

Hij draaide zich naar mij toe.

“Je zag het toch? Ze snapte het.”

“Ze vond de muziek goed.”

“En het idee.”

“Misschien.”

“Lena.”

“Wat?”

“Je zei misschien.”

Ik zuchtte.

“Goed. Misschien is de Braphone minder onzinnig dan ik dacht.”

Milo legde beide handen op zijn hart.

“Dat is het mooiste wat iemand vandaag tegen me heeft gezegd.”

“Maak er geen gewoonte van.”

“Te laat.”

Hij keek naar mijn kaarsen. Zijn blik bleef hangen bij een lege plek op de plank, tussen Familiebezoek van maximaal twee uur en Mijn ex heeft een nieuwe fiets.

“Je mist er één,” zei hij.

“Die is verkocht.”

“Welke?”

Ik aarzelde.

Het was een kleine kaars. Wit glas, eenvoudig etiket. Ik had hem die ochtend gemaakt, vlak voordat ik naar de markt ging. Eigenlijk had ik hem niet eens willen meenemen.

De naam was me ontschoten toen ik niet kon slapen.

Nieuw begin, met enige twijfel,” zei ik.

Milo knikte langzaam.

“Dat is een goeie.”

“Hij was te persoonlijk.”

“Dat zijn vaak de goeie.”

Ik wilde iets scherps terugzeggen. Iets waarmee ik duidelijk maakte dat hij niet ineens alles van mij wist omdat hij naast mijn kraam stond.

Maar op dat moment begon zijn telefoon opnieuw te piepen.

Niet te rinkelen.

Te piepen.

Het blauwe lampje op de rode Braphone ging aan.

Toen ging het lampje op de zwarte ook aan.

Daarna op de witte.

Eén voor één begonnen alle Braphones op zijn tafel te knipperen.

Milo staarde ernaar.

“Dat hoort niet,” zei hij.

“Dat klinkt niet geruststellend,” zei ik.

Zijn telefoon trilde in zijn hand.

Op het scherm verscheen een melding.

NIEUW APPARAAT VERBONDEN.

Daaronder stond een naam.

VISPALEIS_SPEAKER_01.

Vanaf de kraam aan de andere kant van het pad klonk plotseling een zware mannenstem.

“ATTENTIE. DRIE KILO KIBBELING VOOR DE PRIJS VAN TWEE.”

Een seconde bleef alles stil.

Toen antwoordde de rode Braphone, luid en opgewekt:

“VERBONDEN MET VISPALEIS_SPEAKER_01.”

Milo keek naar mij.

Ik keek naar Milo.

“Je hebt de visboer gekoppeld aan je bh’s,” zei ik.

Hij slikte.

“Technisch gezien,” zei hij, “heeft de visboer zichzelf gekoppeld aan mijn bh’s.”