De markt van morgen had een camera
De vrouw van Bright & Bold heette Romy Ruiter.
Dat vertelde ze drie keer binnen twee minuten.
Eerst aan de marktkooplui.
Toen aan een klant die alleen maar langs wilde lopen.
En ten slotte aan een kleine teckel met een rood regenjasje. De teckel keek haar aan, niesde en liep door.
Naast Romy stond een man met een tablet. Hij heette Daan. Of Daan heette eigenlijk anders, maar op zijn naamkaartje stond groot: DAAN. Daaronder stond: MARKTBELEVINGSSPECIALIST.
Milo wist niet wat een marktbelevingsspecialist deed.
Hij wist wel dat Daan voortdurend op zijn tablet tikte, alsof hij bang was dat het apparaat zich anders zou vervelen.
“Welkom bij de toekomst,” zei Romy.
Ze tikte op de zilveren zuil.
Het rode lampje knipperde.
Daarna klonk een opgewekte vrouwenstem.
“Welkom, mens!”
Een paar mensen op de markt keken om.
Piet de visboer kneep zijn ogen samen.
“Waarom zegt dat ding mens?”
“Omdat ons systeem iedereen persoonlijk aanspreekt,” zei Romy.
“Dan moet-ie mijn naam weten,” zei Piet.
Romy lachte alsof hij een charmante grap had gemaakt.
“Dat komt nog.”
“Dat hoop ik niet,” mompelde Lena.
Romy draaide zich naar de verzamelde kooplui.
“Bright & Bold presenteert vandaag de eerste versie van de SmartMarkt.”
“Met een t?” vroeg Henk.
“Met een t, ja.”
“Waarom?”
“Omdat het sterker staat.”
Henk dacht daar even over na.
“Dat geloof ik niet.”
Romy besloot Henk niet te horen.
“De SmartMarkt is een volledig geïntegreerd verkoopsysteem. Het helpt u om klanten te herkennen, koopgedrag te voorspellen en uw aanbod dynamisch te presenteren.”
Piet stak zijn hand op.
“Kan hij zien wie trek heeft in kibbeling?”
“Onder andere.”
“Kan hij ook zien wie trek heeft, maar alleen komt kijken?”
Romy knikte enthousiast.
“Zeker. Onze camera analyseert gezichtsuitdrukkingen.”
Piet keek naar de camera boven aan de zuil.
Toen trok hij een gezicht alsof hij op een citroen had gebeten.
De zuil piepte.
Op het scherm verscheen:
U KIJKT SCEPTISCH.
MISSCHIEN HEEFT U BEHOEFTE AAN EEN POSITIEVE AANBIEDING.
Piet knikte langzaam.
“Hij heeft het bij het rechte eind.”
“Zie je wel?” zei Romy.
“Maar ik word niet positiever van hem.”
Daan tikte snel iets op zijn tablet.
“Dat nemen we mee als feedback.”
“Wat neem je mee?” vroeg Piet.
“De feedback.”
“Laat hem maar hier,” zei Piet. “Ik heb al genoeg vis.”
Lena beet op haar lip om niet te lachen.
Milo keek naar de zilveren zuil. Hij moest toegeven dat het systeem er indrukwekkend uitzag. Glad, blinkend en strak. Geen kabeltje zichtbaar. Geen tape. Geen scheefgeschroefd plaatje. Geen knop met een handgeschreven sticker waarop stond: NIET AANKOMEN.
Het zag er precies uit als iets dat niet van de markt was.
En toch stond het daar.
Tussen de kisten met prei, de bakken met sokken en Piets makreel die nog steeds op een bak ijs lag te wachten op een technische doorbraak.
“Wat kan hij nog meer?” vroeg Babs.
Romy straalde.
“Alles begint met de klant.”
“Dat klinkt vermoeiend,” zei Babs.
“De SmartMarkt scant een gezicht. Daarna geeft het systeem koopadvies. Volledig afgestemd op stemming, leeftijd, looprichting en vermoedelijke behoefte.”
“Vermoedelijke behoefte,” herhaalde Lena.
“Precies.”
“Dus hij kan het ook fout hebben.”
Romy glimlachte vriendelijk.
“Onze foutmarge is minder dan drie procent.”
“Dat is nog steeds bijna één op de dertig mensen,” zei Lena.
Daan keek op van zijn tablet.
“U bent goed met cijfers.”
“Dat moet wel,” zei Lena. “Milo koopt soms onderdelen voordat hij weet waarvoor.”
“Dat is niet altijd waar,” zei Milo.
Lena keek hem aan.
Milo dacht aan de doos met twaalf waterdichte schakelaars in zijn schuur. Hij wist nog steeds niet waarom hij die had besteld.
“Niet vaak,” verbeterde hij zichzelf.
Romy klapte eenmaal in haar handen.
“Wie wil het systeem proberen?”
Er viel een korte stilte.
Toen stak Henk zijn hand op.
“Natuurlijk,” fluisterde Lena.
“Ik wil wel,” zei Henk. “Maar dan met aardappels.”
“Uitstekend,” zei Romy. “Leg een product op het presentatievlak.”
Daan rolde een zwart tafeltje naar voren. In het midden zat een rond glazen plaatje. Het leek op een weegschaal die naar een dure opleiding was gestuurd.
Henk pakte een aardappel uit zijn kist.
“Dit is een Bildtstar,” zei hij trots.
“Dank u,” zei Romy.
“Hij is vastkokend.”
“Prima.”
“Hij is geschikt voor bakken, koken en ovenschotels.”
“Dat is heel goed.”
“En hij komt uit de klei.”
Romy knikte nu iets minder enthousiast.
“Leg hem maar neer, meneer.”
Henk legde de aardappel op het glazen plaatje.
De zuil piepte.
De camera draaide naar de aardappel.
Er klonk een zacht zoemend geluid.
Iedereen wachtte.
Op het scherm verscheen een blauw rondje. Het draaide langzaam.
Toen nog langzamer.
Piet kuchte.
“Hij denkt zeker dat het een kiwi is.”
“Hij verwerkt de gegevens,” zei Daan.
“Van één aardappel?” vroeg Babs.
“De markt van morgen neemt de tijd,” zei Romy.
Milo keek naar Lena.
“Dat is niet echt een goede slogan,” fluisterde hij.
Eindelijk stopte het blauwe rondje met draaien.
De vrouwenstem uit de zuil sprak helder en vrolijk.
“U presenteert een biologisch gevormd, aardekleurig voedingsobject.”
Henk knipperde.
“Een aardappel,” zei hij.
“Waarschijnlijk,” zei de zuil.
Er ging een zacht gemompel door de groep.
Henk zette zijn handen in zijn zij.
“Waarschijnlijk?”
“Voor een persoonlijk bereidingsadvies,” zei de zuil, “kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden: smoothie, fruitsalade of decoratieve schaal.”
Henk werd zo stil dat Milo zich zorgen maakte.
Toen wees hij met één vinger naar de zuil.
“Dat,” zei hij, “is een belediging voor de aardappel.”
“Het systeem leert,” zei Romy snel.
“Dan moet-ie harder leren.”
Piet grijnsde.
“Je kunt hem een week bij Henk in de kist leggen.”
“Dat is geen slecht idee,” zei Milo.
Iedereen keek hem aan.
Milo voelde zijn oren warm worden.
“Ik bedoel… om gegevens te verzamelen. Van de aardappels. Niet Henk in een kist. Hoewel hij dan misschien—”
“Laat maar,” zei Lena zacht.
Henk pakte zijn Bildtstar op en legde hem terug bij de andere aardappels.
“Die van mij weten tenminste wie ze zijn,” zei hij.
Babs stapte naar voren. Ze had een klein bosje tulpen bij zich. Roze, wit en één gele die er per ongeluk tussen leek te zijn beland.
“Ik wil het met bloemen proberen,” zei ze.
“Geweldig,” zei Romy, duidelijk opgelucht.
Babs legde het bosje op het zwarte tafeltje.
De camera draaide.
Het systeem zoemde.
Het blauwe rondje verscheen opnieuw.
Deze keer duurde het minder lang.
“U presenteert,” zei de zuil, “een feestelijke groentecombinatie.”
Babs staarde naar haar tulpen.
“Wat zei hij nou?”
“Feestelijke groentecombinatie,” herhaalde Piet behulpzaam.
“Dat zijn tulpen.”
“Correctie,” zei de zuil. “Sierlijke groentecombinatie.”
Babs pakte haar bosje van het tafeltje.
“Hij krijgt geen bloemen meer van mij.”
Romy keek naar Daan.
Daan keek naar zijn tablet.
Op zijn scherm knipperde iets roods.
“Een klein kalibratieprobleem,” zei hij.
“Dat is jammer,” zei Lena.
“Dat is heel normaal bij een demonstratieversie,” zei Romy. “Maar vergis u niet. Dit systeem kan uw markt volledig veranderen.”
“Dat willen we helemaal niet,” zei een stem achter haar.
Iedereen draaide zich om.
Daar stond mevrouw De Ruiter van de notenkraam. Ze was klein, stevig en droeg een wollen muts met een pompon. Niemand wist waarom ze altijd een muts droeg. Ook niet in juli. Misschien wist mevrouw De Ruiter het zelf niet meer.
Ze had een zak geroosterde amandelen in haar hand.
“Wat bedoelt u?” vroeg Romy.
“Ik wil best een pinapparaat,” zei mevrouw De Ruiter. “En ik heb niks tegen een lampje. Maar ik hoef geen paal die denkt dat mijn amandelen groenten zijn.”
“Dat heeft het systeem niet gezegd,” zei Daan.
Mevrouw De Ruiter keek hem strak aan.
“Dat weet ik. Maar ik vertrouw hem nu al niet.”
De mensen om haar heen knikten.
Niet allemaal. Sommige kooplui keken nog steeds nieuwsgierig naar de zilveren zuil. Een apparaat dat klanten herkende, aanbiedingen bedacht en misschien zelfs hielp bij de administratie… dat klonk wel gemakkelijk.
Gemak was een gevaarlijk woord.
Het begon meestal met: wat handig.
En eindigde soms met: waarom doet hij dit?
Romy merkte dat de sfeer veranderde. Ze zette een stap naar voren en liet haar glimlach iets rustiger worden.
“Wij begrijpen uw twijfels,” zei ze. “Daarom doen we u een voorstel.”
Daan tikte op zijn tablet.
Op het scherm van de zuil verscheen het logo van Bright & Bold. Grote blauwe letters. Een glanzende pijl. Daaronder stond:
DE SLIMME MARKT BEGINT HIER
“Wij zoeken vijf ondernemers,” zei Romy, “die gratis mogen deelnemen aan onze proefperiode.”
Nu werd het stil.
Gratis was op de markt een woord met kracht.
Gratis koffie. Gratis proefje. Gratis tas bij twee kilo mandarijnen.
Gratis trok altijd aandacht.
“Vijf?” vroeg Babs.
“Vijf,” zei Romy. “U krijgt een persoonlijk SmartMarkt-systeem bij uw kraam. Inclusief klantanalyse, automatische aanbiedingen en professionele promotie via onze kanalen.”
“Televisie?” vroeg Piet.
“Online video. Lokale pers. Sociale media.”
Piet knikte alsof hij precies wist wat sociale media waren. Milo wist dat Piet dacht dat het iets met de radio was.
“En wat kost het daarna?” vroeg Lena.
Romy keek haar aan.
“Na de proefperiode bespreken we samen de mogelijkheden.”
Lena knikte langzaam.
“Dat betekent meestal dat het veel kost.”
“Dat betekent,” zei Romy, “dat kwaliteit een investering is.”
“Dat betekent dus ja,” zei Henk.
Daan keek opnieuw naar zijn tablet.
“De voorwaarden zijn uiteraard helder en transparant.”
“Dat zei mijn vorige energiemaatschappij ook,” mompelde mevrouw De Ruiter.
Milo voelde Lena’s hand heel even tegen de zijne komen. Geen groot gebaar. Alleen haar vingers, warm en rustig, naast zijn hand op de kraam.
Hij keek naar haar.
“Wat denk jij?” vroeg hij zacht.
Lena keek naar de markt.
Naar Henk en zijn aardappels.
Naar Babs met haar tulpen.
Naar Piet, die de zilveren zuil bekeek alsof hij wilde weten waar de uitknop zat.
“Dat iedereen hier best iets slimmer wil werken,” zei ze. “Maar niemand wil behandeld worden alsof hij een foutje in een computer is.”
Milo knikte.
Dat vond hij mooi gezegd.
Maar Romy had hen blijkbaar gehoord.
Ze liep naar Milo’s kraam. Haar witte schoenen bleven schoon, zelfs op het natte marktplein. Dat vond Milo bijna verdacht.
“U bent Milo van Dijk,” zei ze.
“Ja.”
“De maker van de Braphone.”
“Onder andere,” zei Lena.
Romy keek naar het bord boven hun kraam.
“Van Dijk & Lena Licht. Slimme ideeën voor echte dagen.”
“Dat staat er inderdaad,” zei Milo.
“Een mooie boodschap,” zei Romy. “Maar misschien ook een beetje klein gedacht.”
Lena trok één wenkbrauw op.
Romy glimlachte.
“De markt verandert. Mensen verwachten snelheid. Personalisatie. Beleving. U begrijpt dat toch beter dan wie ook? U heeft van een bijzonder idee een succes gemaakt.”
Milo zei niets.
Dat was niet omdat Romy gelijk had.
Het was omdat ze precies wist hoe ze iets moest zeggen zodat het even voelde alsof ze gelijk had.
“Wij kunnen u groot maken,” zei Romy.
Lena stapte iets dichter bij Milo.
“Hij is al precies groot genoeg,” zei ze.
Romy’s glimlach bleef staan. Maar haar ogen deden niet meer helemaal mee.
“Denk erover na,” zei ze.
Ze draaide zich om en liep terug naar haar zilveren zuil.
Achter haar riep de opgewekte stem van het systeem:
“U KIJKT SCEPTISCH.
MISSCHIEN HEEFT U BEHOEFTE AAN EEN POSITIEVE AANBIEDING.”
Deze keer was het de hele markt die begon te lachen.
Zelfs Romy lachte een beetje.
Maar Milo zag het.
Heel even.
Haar hand kneep strak om haar tablet.