Lena

Vrijdagmorgen om half negen zat Milo aan mijn keukentafel alsof hij er woonde.

Dat deed hij niet.

Nog niet.

Maar hij wist inmiddels waar ik de koffie bewaarde, welke mok geen oor meer had en dat hij niet aan mijn plant mocht komen omdat die volgens hem “een beetje dorstig oogde”.

Mijn plant was niet dorstig.

Mijn plant was dood.

Ik had hem alleen nog niet weggegooid.

“Je kijkt naar die varen,” zei Milo.

“Het is geen varen.”

“Wat is het dan?”

“Een herinnering aan slechte keuzes.”

Hij knikte.

“Dan geef ik hem geen water.”

“Dank je.”

Op tafel lag onze lijst voor Bright & Bold. Hij was inmiddels niet meer één vel papier. Er lagen vier pagina’s naast elkaar, vol met vragen, strepen en opmerkingen in verschillende kleuren.

Milo had met blauwe pen geschreven.

Ik met zwarte.

Zijn moeder had woensdagavond, via een foto die Milo haar stuurde, drie opmerkingen in het rood toegevoegd.

De belangrijkste stond bovenaan.

LAAT IEMAND DIT LEZEN DIE VERSTAND HEEFT VAN CONTRACTEN.

Mijn moeder had daarop gereageerd dat zij een vriendin had die jurist was. Noor had gereageerd met drie dansende emoji’s en de vraag of Milo nu officieel mijn zakenpartner was.

Die vraag hadden we allebei genegeerd.

“Oké,” zei ik. “Nog één keer.”

Milo pakte zijn koffie vast met beide handen.

“Oké.”

“Wat wil je?”

Hij keek naar het papier.

“Dat de Braphone van mij blijft.”

“Goed. Concreter.”

“Dat ik eigenaar blijf van de naam en het ontwerp.”

“Ook van toekomstige versies.”

“Ja.”

“Wat nog meer?”

“Dat ik mag meebeslissen over veranderingen.”

“Niet alleen mag meebeslissen. Je wilt dat er niets wezenlijks verandert zonder jouw toestemming.”

Milo knikte.

“Ja.”

“En het geld?”

Hij aarzelde even.

Dat deed hij nog altijd wanneer we bij het geld kwamen.

“Ik wil een eerlijk bedrag,” zei hij.

“Dat wil iedereen.”

“Dan wil ik een bedrag waarmee ik onderdelen kan inkopen. Een werkruimte kan huren. En zonder paniek mijn huur kan betalen.”

“Dat is eerlijk.”

“En ik wil niet dat ze alles kopen.”

Ik leunde achterover.

“Dat is de belangrijkste zin van vandaag.”

Milo keek naar zijn handen.

“Ik ben bang dat ik te veel vraag.”

“Dat mag.”

“Maar als hij dan nee zegt?”

“Dan zegt hij nee.”

“Dat klinkt simpel als jij het zegt.”

“Het is niet simpel. Maar het is wel duidelijk.”

Hij zuchtte.

“Jij bent echt goed in duidelijkheid.”

“Dat is omdat ik vroeger heel veel onduidelijke mensen heb meegemaakt.”

Hij keek op.

“Zoals Bernard.”

“Zoals Bernard.”

Hij tikte met zijn vinger tegen de lijst.

“Roderick is niet Bernard.”

“Nee.”

“Hij is erger gekleed.”

Ik keek naar zijn trui.

“Dat is geen argument.”

“Hij draagt glanzende schoenen.”

“Dat is wel een argument.”

Milo glimlachte. Daarna werd hij weer serieus.

“Ik wil niet dat jij denkt dat ik dom ben als ik dit toch doe.”

Die zin kwam onverwacht.

Ik zette mijn mok neer.

“Milo.”

Hij keek niet op.

“Ik denk niet dat je dom bent.”

“Maar ik was wel bijna meteen enthousiast.”

“Je was enthousiast omdat iemand geld bood voor iets waar je hard aan hebt gewerkt. Dat is niet dom. Dat is menselijk.”

Hij keek naar de Braphone op tafel. De zwarte versie. Rustig. Stil. Geen visboer te bekennen.

“En als ik het verkeerd doe?”

“Dan maken we een nieuw plan.”

Hij keek op.

We.

Ik hoorde het woord ook. Ik wist dat hij het hoorde.

Maar geen van ons maakte er een grap over.

Er werd aangebeld.

Ik schrok.

Milo schrok ook.

“Verwacht je iemand?” vroeg hij.

“Niet dat ik weet.”

Voor de deur stond Noor, met een tas van de bakker en een gezicht dat veel te vrolijk was voor dit tijdstip.

“Goedemorgen,” zei ze. “Ik heb croissants.”

“Waarom?” vroeg ik.

“Morele steun.”

“Voor wie?”

Noor stapte langs me heen de gang in.

“Milo.”

Milo stond op van zijn stoel.

“Hallo.”

“Hallo, bluetoothjongen.”

“Dat is niet mijn officiële functietitel.”

“Dat komt nog wel.”

Noor zette de tas op tafel en zag de papieren.

“O, spannend. Onderhandeling?”

“We gaan gewoon praten,” zei ik.

“Met de glanzende-schoenenman?”

“Dat is niet hoe hij heet.”

“Maar wel hoe ik hem onthoud.”

Milo pakte een croissant.

“Dat is eerlijk.”

Noor ging zitten op de stoel bij het raam.

“Oké, luister. Ik ga geen advies geven, want ik ben verpleegkundige en geen ondernemer.”

“Dat klinkt verstandig,” zei ik.

“Maar ik weet wel dat je niet moet tekenen wanneer iemand zegt dat je snel moet beslissen.”

Milo knikte.

“Dat zei Lena ook.”

“Dan is Lena slim.”

“Dat weet ik.”

Noor keek van mij naar Milo.

Toen grijnsde ze.

“Het is bijna aandoenlijk hoe jullie elkaar steeds gelijk geven.”

“Eet je croissant,” zei ik.

“Doe ik al.”

Ze had gelijk, natuurlijk.

Dat maakte het extra vervelend.


Het kantoor van Bright & Bold zag er op vrijdagmiddag precies hetzelfde uit als dinsdag.

Dezelfde glazen wanden.

Dezelfde geur van Zakelijk Succes.

Dezelfde vrouw met de headset achter de balie.

Ze keek op toen Milo en ik binnenkwamen.

“Meneer Van Dijk,” zei ze. “En uw second opinion.”

“Dat ben ik,” zei ik.

Milo keek naar mij.

“Ze onthoudt je.”

“Dat doen mensen vaak.”

“Is dat goed?”

“Dat hangt ervan af waarom.”

We namen de lift.

Milo stond naast me met zijn handen in zijn jaszakken. Hij droeg geen nette jas deze keer. Alleen zijn donkerblauwe trui en een spijkerbroek zonder ducttape.

Ik vond hem er beter uitzien zo.

Minder alsof hij iemand probeerde te zijn die bij een glazen kantoor hoorde.

Meer alsof hij Milo was.

“Adem,” zei ik.

“Ik adem.”

“Je ademt alsof je onder water bent.”

Hij haalde langzaam adem.

“Beter?”

“Beter.”

“Dank je.”

“Niet bedanken. Nog niet.”

De liftdeuren gingen open.

Roderick wachtte ons al op.

Hij droeg een lichtgrijs pak.

En glanzende bruine schoenen.

Ik keek ernaar.

Milo zag het.

Hij fluisterde: “Niet doen.”

“Ik kijk alleen.”

“Dat zei je de vorige keer ook.”

Roderick glimlachte breed.

“Milo. Lena. Fijn dat jullie er zijn. Ik neem aan dat we kunnen afronden?”

Dat was geen begroeting.

Dat was meteen een zet.

Milo keek even naar mij. Daarna stapte hij de vergaderruimte in.

“We willen eerst een paar dingen bespreken,” zei hij.

Roderick knikte.

“Natuurlijk.”

We gingen zitten.

Deze keer pakte Milo zelf een flesje water. Hij draaide het dopje eraf, nam een slok en legde onze lijst op tafel.

Ik voelde een kleine golf van trots.

Hij deed het echt.

Roderick keek naar de papieren.

“U heeft zich voorbereid.”

“Ja,” zei Milo. “Dat leek me verstandig.”

“Zeker.”

Milo slikte.

Toen zei hij: “Ik wil de Braphone niet verkopen.”

De glimlach van Roderick bleef staan.

Maar hij werd dunner.

“Ik begrijp het niet helemaal.”

“Ik wil samenwerken,” zei Milo. “Misschien. Maar ik wil eigenaar blijven van de naam, het ontwerp en toekomstige versies.”

Roderick vouwde zijn handen.

“Dat is ongebruikelijk.”

“Waarom?”

“Omdat Bright & Bold investeert in ontwikkeling, productie en verkoop. Wij hebben zekerheid nodig.”

“Dat snap ik,” zei Milo. “Maar ik ook.”

Een korte stilte.

Ik keek naar Milo.

Hij keek niet naar mij. Hij keek naar Roderick. Zijn vingers lagen plat op tafel. Niet tikkend. Niet trillend.

Gewoon daar.

“En wat stelt u voor?” vroeg Roderick.

Milo haalde adem.

“Een licentie. Jullie mogen een afgesproken versie van de Braphone produceren en verkopen. Voor een bepaalde tijd. Maar ik blijf eigenaar.”

Roderick keek hem rustig aan.

“En wie betaalt de ontwikkeling?”

“Dat kunnen we bespreken.”

“En wie draagt het risico?”

“Dat kunnen we ook bespreken.”

Roderick leunde achterover.

“Milo, ik waardeer je ambitie. Echt. Maar zo werkt dit meestal niet.”

“Misschien hoeft het niet te werken zoals meestal.”

Ik voelde mijn adem even haperen.

Niet omdat de zin perfect was.

Maar omdat hij hem zelf had gezegd.

Roderick keek naar mij.

“U heeft hem goed voorbereid.”

“Hij heeft zichzelf voorbereid,” zei ik.

“Uiteraard.”

Hij pakte de map erbij. De glanzende map met de vrouw in de sporttop.

“Wij bieden je een kans om snel te groeien. Om je product professioneel op de markt te brengen. Zonder dat jij alle risico’s alleen draagt.”

“Maar dan raak ik het kwijt,” zei Milo.

“Je krijgt er veel voor terug.”

“Zoals wat?”

Roderick tikte tegen het aanbod.

“Financiële rust. Een landelijk netwerk. Expertise.”

“En als jullie de Braphone veranderen in iets wat ik niet wil?” vroeg Milo.

“Dan doen we wat nodig is om hem verkoopbaar te maken.”

Daar was het.

Eindelijk.

Geen mooie woorden over samenwerken. Geen verhaal over een gedeelde toekomst.

Gewoon de waarheid.

Ik voelde het ook aan Milo. Hij zat nog steeds rechtop, maar zijn schouders werden stijver.

“Hij is al verkoopbaar,” zei hij.

Roderick glimlachte kort.

“Je hebt drie exemplaren verkocht, Milo.”

Vier, dacht ik.

Farah.

Maar ik zei niets.

Milo wel.

“Vier.”

Roderick keek even op.

“Vier exemplaren, prima. Dat is een goed begin. Maar geen bewijs van een schaalbaar product.”

“Dat weet ik.”

“Dan weet je ook dat je ons nodig hebt.”

De woorden bleven tussen ons in hangen.

Hard. Kaal. Onvriendelijk eerlijk.

Milo keek naar de map. Naar het logo. Naar de zin Be Free. Be Heard.

Toen schoof hij de map langzaam terug naar Roderick.

“Ik denk niet dat ik jullie nodig heb op deze manier,” zei hij.

Ik voelde mijn hart sneller slaan.

Roderick keek hem een paar seconden aan.

“Dat is een emotionele beslissing.”

“Nee,” zei Milo. “Dat is een zakelijke beslissing.”

Ik wilde hem omhelzen.

Dat deed ik niet.

We zaten nog steeds in een vergaderruimte. Met glazen wanden. En Roderick met zijn glanzende schoenen.

Maar ik wilde het wel.

Roderick pakte de map aan.

“Dan houdt ons aanbod hier op,” zei hij.

“Dat begrijp ik,” zei Milo.

“U begrijpt dat het niet terugkomt?”

“Ja.”

Roderick knikte langzaam.

“Jammer. Ik denk dat je een kans laat lopen.”

Milo stond op.

“Misschien.”

Roderick stond ook op. Hij gaf Milo een hand. Daarna mij.

Zijn handdruk was stevig, maar niet te stevig.

Alsof hij had geoefend op precies de juiste hoeveelheid overtuiging.

“Veel succes,” zei hij tegen Milo.

“Dank u.”

Toen keek hij naar mij.

“En Lena? Zorg dat je niet te veel investeert in ideeën die niet groot genoeg willen worden.”

Ik voelde Milo naast me verstijven.

Maar ik glimlachte.

“Maak u geen zorgen,” zei ik. “Ik investeer alleen in mensen die weten wat van hen is.”

Roderick knipperde één keer.

Daarna liep hij weg.

Pas in de lift liet Milo zijn adem ontsnappen.

“Mijn benen voelen raar.”

“Dat is adrenaline.”

“Het voelt alsof ik duizend trappen ben opgerend.”

“Dat is omdat je iets spannends hebt gedaan.”

Hij keek naar mij.

“Ik heb net heel veel geld afgewezen.”

“Ja.”

“Dat was misschien heel dom.”

“Misschien.”

Hij sloot zijn ogen.

“Lena.”

“Wat? Je wilde eerlijkheid.”

Hij begon te lachen.

Niet hard. Meer een korte, ongelovige lach.

“Je bent onmogelijk.”

“En toch neem je me steeds mee.”

De liftdeuren gingen open.

We liepen de hal door en naar buiten. Het regende zacht. Kleine druppels hingen in de lucht en glansden op de stoep.

Milo bleef voor het gebouw staan.

Hij keek omhoog naar de ramen van Bright & Bold.

Toen keek hij naar zijn handen.

“Ik heb geen idee wat ik nu moet doen,” zei hij.

Ik ging naast hem staan.

“Jawel.”

“Echt?”

“Je hebt een product. Je hebt vier klanten. Je hebt een beter ontwerp. En je hebt een marktplek op zaterdag.”

“Dat is niet hetzelfde als een landelijk netwerk.”

“Nee.”

“En geen financiële rust.”

“Nee.”

Hij keek me aan.

“Waarom klink je dan zo rustig?”

Ik trok mijn jas dichter om me heen.

“Omdat je niet meer vastzit aan iemand die jouw idee wilde hebben, maar jou er liever niet bij.”

Hij zei niets.

De regen tikte zacht tegen de capuchon van zijn jas.

Toen pakte hij mijn hand.

Niet aarzelend deze keer.

Niet alsof hij toevallig langs mijn vingers kwam.

Hij pakte hem vast.

“Ik ben blij dat je erbij was,” zei hij.

Ik keek naar onze handen.

“Dat is goed.”

“Meer dan goed.”

Ik voelde mijn wangen warm worden, ondanks de kou.

“Milo.”

“Ja?”

“Je hebt net een heel bedrijf afgewezen.”

“Dat weet ik.”

“En nu kijk je alsof je iets anders wilt doen.”

Hij glimlachte.

“Dat klopt.”

Mijn hart begon opnieuw die onhandige sprongetjes te maken.

“Wat dan?”

Hij zette een halve stap dichterbij.

“Ik wil je kussen.”

Zijn eerlijkheid verraste me nog steeds. Misschien omdat de meeste mensen eerst om een bocht heen liepen. Misschien omdat ik zelf ook vaak deed alsof iets minder belangrijk was dan het voelde.

Ik keek naar zijn gezicht.

Naar zijn natte haar.

Naar de kleine frons tussen zijn wenkbrauwen, omdat hij blijkbaar zenuwachtiger was voor dit moment dan voor Roderick Smit.

“Dat klinkt niet als een slecht plan,” zei ik.

“Dat is geen nee.”

“Dat is absoluut geen nee.”

Toen kuste hij me.

Zacht.

Warm.

Niet te lang.

Lang genoeg om me alles te laten vergeten over contracten, percentages en glanzende schoenen.

Toen hij iets naar achteren ging, bleef zijn hand nog steeds om de mijne.

“En nu?” vroeg hij.

Ik keek hem aan.

“Nu gaan we iets eten.”

Hij lachte.

“Dat is jouw oplossing voor alles.”

“Niet voor alles.”

“Waarvoor dan niet?”

Ik dacht even na.

“Voor dode planten.”

Milo keek naar mij. Toen naar de regen. Toen weer naar mij.

“Mag ik je straks helpen met een nieuwe?”

Ik glimlachte.

“Misschien.”

En samen liepen we weg van Bright & Bold.

Niet met een contract.

Niet met geld.

Maar met een plan dat nog niet helemaal bestond.

En met iets nieuws tussen ons in.