Mevrouw Van Drongelen weet alles
Niemand antwoordde.
Mevrouw Van Drongelen klopte nog een keer. Ditmaal met de vlakke hand.
“Als er iemand vermoord is,” riep ze, “dan is het wel zo netjes om dat even te bevestigen!”
Mammie keek naar mama.
Mama keek naar Otis.
Otis keek naar de kinderen.
De kinderen keken naar de teen.
“Waarom kijkt iedereen naar mij?” vroeg de teen niet.
Dat maakte het erger.
Mammie legde haar telefoon op tafel. De politie zou iemand sturen, had de centralist gezegd. Binnen een uur. Misschien eerder, als er geen echte spoedmelding tussendoor kwam.
Mammie had gevraagd wat volgens hem als echte spoed telde.
De centralist had even gezwegen.
Toen had hij gezegd: “Mevrouw, wij komen eraan.”
Nu stond mevrouw Van Drongelen voor de deur. En mevrouw Van Drongelen wachtte niet geduldig. Ze was het soort vrouw dat een waterlek persoonlijk nam. Niet omdat haar huis nat werd, maar omdat water het had gewaagd zonder toestemming te ontsnappen.
“Ik doe open,” zei Mammie.
“Nee,” zei mama meteen.
“Waarom niet?”
“Omdat ze dan naar binnen wil.”
“Dat wil ze sowieso.”
“Maar dan weet ze dat er iets is.”
Mammie wees naar het keukenraam. “Yara. Ze heeft al naar binnen gewezen.”
Mama keek naar het raam.
Mevrouw Van Drongelen stond daar nog steeds. Haar gezicht zat nu bijna tegen het glas.
“Misschien denkt ze dat het een worst is,” zei Otis hoopvol.
Noor schudde haar hoofd. “Niemand denkt dat.”
“Een heel kleine knakworst?”
“Otis,” zei Mammie.
“Sorry.”
Mammie liep naar de voordeur. Iedereen volgde haar, behalve Mo. Die bleef in de keuken staan.
Hij keek naar de broodtrommel.
“Mo?” riep Noor.
“Ik kom zo.”
Mammie opende de deur op een kier.
Mevrouw Van Drongelen glimlachte breed. Dat was zelden een goed teken.
“Goedemorgen, Marieke.”
“Goedemorgen, Ans.”
“Is alles in orde?”
“Uitstekend.”
“Want ik hoorde een schreeuw.”
“Dat was mama.”
“Ach,” zei mevrouw Van Drongelen. “Natuurlijk.”
Mama verscheen achter Mammie in de gang. “Wat bedoelt u daarmee?”
“Niets, meisje. Jij schreeuwt gewoon… expressief.”
“Ik schreeuw niet expressief.”
“Vorige maand dacht ik dat er een vos in je keuken zat.”
“Dat was de blender.”
“Precies.”
Mammie kneep haar ogen even dicht. “Ans, we hebben nu geen tijd.”
Mevrouw Van Drongelen boog haar hoofd naar links en keek langs Mammie heen. “Is Otis er ook? Het is toch geen woensdag?”
“Het is dinsdag,” zei Otis vanuit de gang.
“Dat zei ik.”
“Dan weet u dat dus al.”
“Otis is er omdat hij een afspraak had,” zei Mammie.
“Een afspraak,” herhaalde mevrouw Van Drongelen.
“Ja.”
“Met wie?”
“Met ons.”
Mevrouw Van Drongelen keek langs Mammie heen, de gang in. Haar blik gleed over de jassen, de tas met kleurpotloden en de natte laarzen van Mo. Toen bleef ze hangen bij de keuken.
“En waarom ruikt het hier naar hummus?” vroeg ze.
Mama trok een gezicht. “Omdat er hummus is.”
“Met knoflook?”
“Ja.”
“Dat verklaart de geur niet helemaal.”
“Wat ruikt u dan?”
Mevrouw Van Drongelen snoof nog eens. Heel voorzichtig. Alsof zij bij een wijnproeverij was beland en niet op een stoep met een scheve tegel.
“Metaal,” zei ze.
De gang werd stil.
Mammie deed de deur iets verder dicht.
“Ans,” zei ze. “Ga naar huis.”
Mevrouw Van Drongelen trok haar wenkbrauwen op. “Dat is ongezellig.”
“Dat is de bedoeling.”
“Is er bloed?”
“Nee.”
Dat antwoord kwam te snel.
Mama keek naar Mammie.
Otis keek naar mama.
Noor keek naar Mammie met grote ogen.
Mevrouw Van Drongelen glimlachte opnieuw. Deze keer nog breder.
“Ah,” zei ze. “Dus er ís iets.”
Mammie zuchtte diep. “Er is niets waar u zich mee hoeft te bemoeien.”
“Dat maak ik zelf wel uit.”
“Dat is precies het probleem.”
Vanuit de keuken klonk een klap.
Daarna een gil.
Niet de dramatische gil van mama. Dit was een korte, hoge gil. Een gil met paniek erin.
“Mo!” riep Noor.
Iedereen draaide zich om.
Mo stond in de keukendeur. Hij was bleek geworden. In zijn hand hield hij iets kleins en wits.
“De teen is weg,” zei hij.
Mammie keek naar de tafel.
De broodtrommel stond open.
De hummus was er nog.
De wortelreepjes ook.
De halve olijf lag op de grond.
Maar de teen was verdwenen.
Mevrouw Van Drongelen duwde de voordeur nu zonder toestemming verder open.
“Dat,” zei ze tevreden, “klinkt wél als moord.”