Lena
Woensdagmiddag stond de markt er kalm bij.
Te kalm, vond Milo.
Hij liep al tien minuten heen en weer voor onze kraam. Niet achter de kraam. Niet naast de kraam.
Ervoor.
Alsof hij wilde controleren of de stoep nog op de juiste plek lag.
“Je maakt een spoor,” zei ik.
“Ik denk na.”
“Je loopt na.”
“Dat helpt ook.”
Naast ons zette Piet een bak met ijs klaar. Hij had zijn viskraam extra netjes gemaakt. Zelfs het bord met KIBBELING. OOK ZONDER BLUETOOTH LEKKER was opnieuw geschilderd.
De letters stonden nu rechter.
Niet helemaal recht.
Maar rechter.
“Televisie komt toch pas over twintig minuten?” vroeg Piet.
“Zeventien,” zei Milo.
Piet keek op zijn horloge.
“Dat is ongeveer twintig.”
“Niet voor Milo,” zei ik.
Milo stopte met lopen.
“Ik kan nog steeds afbellen.”
“Nee,” zei ik.
“Waarom niet?”
“Omdat je het wilt doen.”
“Dat is geen reden.”
“Jawel.”
Hij keek naar de kraam. Naar de Braphone-doosjes die we netjes hadden neergezet. Drie testmodellen lagen op een donker kleed. Ernaast stonden de nieuwe instructiekaartjes.
Geen grote beloftes.
Geen woorden als revolutionair of baanbrekend.
Alleen duidelijke uitleg.
Luister & Lift.
Voor handen die al genoeg te doen hebben.
Lena — dat was ik — had die zin inmiddels zo vaak gelezen dat ik bijna vergeten was hoe goed hij klonk.
Milo tikte tegen een doosje.
“Wat als ik iets stoms zeg?”
“Dan knippen ze dat eruit.”
“En als ze het niet eruit knippen?”
“Dan weten mensen dat je echt bent.”
Hij keek me aan.
“Dat is een aardig risico.”
“Je hebt vorige week in een volle zaal verteld dat je zus je op het idee bracht.”
“Dat was makkelijker.”
“Daar waren geen camera’s.”
“Precies.”
Piet zette een bakje kibbeling op de rand van zijn kraam.
“Eet.”
Milo keek ernaar.
“Het is nog geen vier uur.”
“Dat is geen antwoord.”
“Hij moet straks praten,” zei ik. “Niet flauwvallen.”
Piet knikte ernstig.
“Vis helpt bij praten.”
“Is dat wetenschappelijk bewezen?” vroeg Milo.
“Nee. Maar wel lekker bewezen.”
Milo pakte een stukje kibbeling.
Op dat moment kwam er een witte bestelwagen het plein op rijden.
Op de zijkant stond het logo van Stad TV.
Milo stopte met kauwen.
“Daar zijn ze,” zei hij.
“Eerst slikken,” zei ik.
Hij slikte.
“Daar zijn ze.”
Uit de bestelwagen stapten Saskia van Studio Noord en een cameraman met een grote zwarte tas. Saskia droeg een lange blauwe jas en een vriendelijke glimlach. De cameraman heette Daan. Hij zei weinig, maar knikte naar alles alsof hij het al in beeld zag.
“Hallo, Milo,” zei Saskia. “Lena?”
“Ja,” zei ik.
“Fijn dat we hier mogen filmen. Wat een gezellige markt.”
Piet stak zijn hand op.
“Wilt u kibbeling?”
Saskia lachte.
“Misschien straks.”
“Dat zeggen ze allemaal.”
Daan liep alvast een rondje over het plein. Hij filmde de sinaasappelkraam, de bloemen, de natte straatstenen en ons bord.
Milo keek naar de camera.
De camera keek niet terug.
Maar toch voelde het alsof hij werd bekeken.
Saskia merkte het.
“Geen zorgen,” zei ze. “We beginnen gewoon rustig. Eerst wat sfeerbeelden. Daarna stel ik een paar vragen. Je hoeft niets uit je hoofd te leren.”
“Dat is fijn,” zei Milo.
“Als je opnieuw wilt beginnen, doen we dat.”
“Dat is nog fijner.”
“En als je iets niet wilt beantwoorden, zeg je dat gewoon.”
Milo knikte.
Ik zag zijn schouders iets zakken.
Saskia keek naar mij.
“Wil jij ook iets zeggen over de Braphone?”
Ik voelde meteen hoe Milo naast me stil werd.
Niet omdat hij het niet wilde.
Omdat hij wilde weten wat ik wilde.
Dat verschil voelde belangrijk.
“Ja,” zei ik. “Maar vooral over de testgroep en hoe we het verhaal vertellen. De Braphone is Milo’s ontwerp.”
Milo keek mijn kant op.
Heel even.
Daarna glimlachte hij.
“Dat klinkt goed,” zei Saskia. “Dan doen we het zo.”
De eerste vraag was makkelijk.
“Hoe is de Braphone ontstaan?”
Milo vertelde over Eva. Over haar kwijtgeraakte oortjes. Over de grap die bleef hangen. Over de eerste versie, die volgens hem “iets te enthousiast verbinding maakte met andere apparaten”.
Saskia lachte.
“Wat bedoel je met te enthousiast?”
Milo keek naar mij.
Ik legde één vinger op.
Drie minuten.
Hij knikte.
“Hij maakte een keer verbinding met de omroepinstallatie van de markt,” zei hij. “Toen hoorde iedereen hier een stuk van mijn afspeellijst.”
Piet stak zijn hand op.
“Dat was een goede afspeellijst.”
“Er zat ook een podcast over ruimtevaart tussen,” zei ik.
Piet knikte.
“Dat was minder goed voor de verkoop.”
Saskia lachte harder.
Milo ook.
En ineens was hij niet meer de man die voor een camera stond.
Hij was gewoon Milo. Iemand die enthousiast werd van een idee. Iemand die kon vertellen zonder dat hij daar eerst een perfect antwoord voor nodig had.
“Wat maakt de Braphone anders?” vroeg Saskia.
Milo keek naar het testmodel op tafel.
Dit antwoord had hij voorbereid.
Dat zag ik.
Hij haalde adem.
“Hij is gemaakt voor mensen die al van alles in hun handen hebben,” zei hij. “Voor onderweg. Voor thuis. Voor als je luistert naar een boek terwijl je kookt, of belt terwijl je boodschappen opruimt.”
Saskia knikte.
“Dus niet alleen voor sport?”
“Nee,” zei Milo. “Juist niet alleen. Gewone dagen zijn al druk genoeg.”
Mijn hart maakte een klein sprongetje.
Hij had het begrepen.
Niet mijn woorden nagedaan.
Maar het echt begrepen.
Saskia draaide zich naar mij.
“En jij helpt Milo met de communicatie?”
“Met de verpakking, de teksten en de testgroep,” zei ik. “We willen rustig beginnen. Mensen krijgen duidelijke informatie mee. En we vragen vooral om eerlijke feedback.”
“Waarom is dat zo belangrijk?”
Ik keek naar Milo.
Hij stond stil naast de tafel. Luisterde.
“ იმიტომ,” begon ik, maar ik herstelde me meteen. “Omdat je pas iets goeds kunt maken als je luistert naar de mensen die het gebruiken. Niet alleen naar wat goed klinkt in een reclame.”
Saskia keek even op.
Ze had het begrepen.
“Dat klinkt als een boodschap aan een bepaald groot bedrijf.”
Ik voelde Milo naast me verstijven.
Daar was hij.
De vraag die we wisten dat kon komen.
Ik bleef rustig.
“Het is vooral een boodschap aan onszelf,” zei ik. “We willen niet groter praten dan we zijn.”
Milo keek me aan.
Hij zei niets.
Maar zijn gezicht werd zachter.
Saskia knikte langzaam.
“Eerlijk antwoord.”
“Dat proberen we,” zei ik.
Daan filmde daarna hoe Farah een testmodel uitlegde aan een vrouw met een blauwe muts. Hij filmde mijn kaarsen. Hij filmde Piet, die alsnog kibbeling aan Saskia gaf.
“Voor de sfeer,” zei Piet.
“U bent heel goed in marketing,” zei Saskia.
“Dat zeg ik al jaren.”
Toen kwam er iemand naar onze kraam die ik niet kende.
Een vrouw van rond de veertig, met een regenjas en een grote tas over haar schouder. Ze bleef wat aarzelend bij het bord staan.
“Mag ik iets vragen?” zei ze.
“Natuurlijk,” zei Milo.
“Ik werk in de thuiszorg,” zei ze. “Ik ben veel onderweg. En ik bel vaak met mijn moeder tussen afspraken door. Maar ik mag geen oortjes in tijdens het fietsen.”
Milo knikte.
“Dat snap ik.”
“Zou dit kunnen werken als ik wandel? Of als ik na mijn werk in de auto zit?”
Milo dacht even na.
Niet te lang. Niet in paniek.
“Tijdens wandelen zou het kunnen, als je goed blijft opletten op verkeer en omgevingsgeluid,” zei hij. “In de auto niet. Dan is het beter om via de auto zelf te bellen.”
De vrouw knikte.
“Dat is duidelijk.”
“En het is nog een testserie,” zei Milo. “Dus ik beloof liever niet te veel.”
Ze keek naar de formulieren.
“Mag ik me dan aanmelden?”
Milo glimlachte.
“Ja. Graag.”
Terwijl Farah haar hielp, zag ik Saskia naar Milo kijken.
Niet alsof ze een bijzonder product zag.
Maar alsof ze een echt verhaal had gevonden.
Na het interview vertrok de cameraploeg.
Saskia schudde Milo’s hand.
“Het item is vanavond of morgen online,” zei ze. “We sturen jullie een link.”
“Dank u,” zei Milo.
“En Milo?”
“Ja?”
“Blijf vooral zo eerlijk. Dat is zeldzamer dan een goed idee.”
Milo keek even alsof hij niet wist wat hij daarop moest zeggen.
Toen zei hij: “Dank u.”
Daan zwaaide nog naar Piet.
Piet hield zijn bord omhoog.
“Zet dit er wel in!”
“Dat ga ik proberen,” riep Daan.
De witte bestelwagen reed weg.
Het plein werd weer gewoon een marktplein.
De viskraam. De bloemen. De sinaasappels. De wind die langs de doeken trok.
Milo keek naar de lege plek waar de camera had gestaan.
“Het is voorbij,” zei hij.
“Ja.”
“Ik heb het gedaan.”
“Ja.”
“Ik heb niet over de geschiedenis van bluetooth gepraat.”
“Dat is misschien wel je grootste prestatie tot nu toe.”
Hij draaide zich naar me om.
“Je was goed.”
“Dank je.”
“Echt goed.”
“Je hoeft niet elke zin te beoordelen.”
“Maar ik wil het wel.”
Ik lachte.
Piet kwam erbij staan met drie bakjes kibbeling.
“Een voor Milo. Een voor Lena. Een voor mij.”
“U heeft zichzelf al een bakje gegeven,” zei ik.
“Ja,” zei Piet. “Maar dit is voor de overwinning.”
Milo pakte het bakje aan.
“Is het een overwinning?”
Piet keek hem aan.
“Jongen. Er kwam televisie naar jouw kraam. Als dat geen overwinning is, dan weet ik het ook niet meer.”
Milo keek naar de Braphones.
Naar de formulieren.
Naar het bord.
Toen knikte hij.
“Oké.”
Ik keek hem aan.
Hij hief meteen zijn hand.
“Ik weet het. Niet meteen oké zeggen.”
“Je leert snel.”
“Dat zegt mijn zakenpartner.”
“Dat zegt je zakenpartner.”
Hij glimlachte.
“En mijn vriendin?”
Ik voelde mijn wangen warm worden.
Piet keek heel geïnteresseerd naar zijn kibbeling.
Dat was niet geloofwaardig.
“Die zegt,” antwoordde ik, “dat je nu eerst moet eten.”
Milo grijnsde.
“Dat klinkt als liefde.”
“Dat klinkt als kibbeling.”
Maar ik pakte wel zijn hand.
En terwijl de markt om ons heen doorging, bleef ik nog even naast hem staan.