Een knop voor bijna alles

De maandag na de markt was stil.

Te stil, vond Milo.

In zijn schuur hoorde je normaal van alles. De koelkast bromde. Een losse moer rolde soms zonder duidelijke reden van een plank. Buiten blafte de hond van de buren naar een vuilnisbak.

Maar die maandag hoorde Milo vooral zijn eigen gedachten.

En dat waren er veel.

Op de werkbank lagen drie stapels.

Links: onderdelen voor De Pieperij.

In het midden: onderdelen voor Babs’ Bloemenkiezer.

Rechts: een rolletje rood draad, twee lampjes, een belletje en een waterdichte knop voor Piets Visseintje.

Lena zat aan de kleine tafel bij het raam. Voor haar stonden drie kaarsen, een notitieboek en een beker thee die al een tijdje koud was.

Ze schreef.

Milo keek naar haar.

“Wat schrijf je?”

“Woorden.”

“Voor de apparaten?”

“Voor de mensen die de apparaten gaan gebruiken.”

Milo draaide een schroevendraaier tussen zijn vingers.

“Dat zijn toch ook woorden voor de apparaten?”

“Nee,” zei Lena. “Dat is precies het verschil.”

Hij wachtte.

Lena legde haar pen neer.

“Jij denkt aan wat een ding moet kunnen. Ik denk aan wat iemand moet snappen.”

“Dat doe ik ook.”

“Ja. Maar jij schrijft dan: drukknop activeren voor productcategorie.”

Milo keek naar een vel papier op de werkbank.

Daar stond inderdaad:

DRUKKNOP ACTIVEREN VOOR PRODUCTCATEGORIE.

Hij draaide het velletje om.

“Dat was een eerste versie.”

“Dat geloof ik meteen.”

Lena schoof haar notitieboek naar hem toe.

Boven aan de bladzijde stond:

DE PIEPERIJ
Kies je aardappel. Wij zeggen wat ermee kan.

Daaronder stonden vier regels.

KRUIMIG
Voor puree, stamppot en een bord dat troost nodig heeft.

VASTKOKEND
Voor salades, bakken en mensen die graag weten waar ze aan toe zijn.

FRIET
Voor vrijdag, zaterdag en iedere dag die daarom vraagt.

VERRASSING
Vraag het aan Henk. Hij weet meer dan het kastje.

Milo las het twee keer.

Toen nog een keer.

“Die laatste is goed,” zei hij.

“Dank je.”

“Maar dan is het kastje niet helemaal automatisch.”

“Precies.”

Milo keek op.

Lena glimlachte.

“Dat is juist de bedoeling. Henk wil niet vervangen worden. Hij wil alleen niet telkens hetzelfde hoeven roepen als er vijf mensen tegelijk voor zijn kraam staan.”

Dat begreep Milo.

Hij pakte een klein groen knopje uit een bakje.

“Dus vier knoppen.”

“Vier knoppen.”

“Met lampjes.”

“Vier lampjes.”

“En misschien een stem.”

Lena keek hem aan.

“Een rustige stem.”

“Dat had ik zelf ook bedacht.”

“Een rustige stem die niet zegt: welkom, mens.”

“Dat had ik ook bedacht.”

“En die niet praat als niemand iets indrukt.”

Milo liet het groene knopje bijna vallen.

“Dat was wel mijn idee.”

“Dat weet ik.”

Hij grijnsde.

“Een aardappel die zomaar midden in een gesprek roept dat hij goed is voor stamppot, zou grappig zijn.”

“Eén keer.”

“Misschien twee keer.”

“Milo.”

“Oké. Eén keer.”

Hij ging aan het werk.

De Pieperij werd een klein houten kastje. Niet te groot, want Henk had al genoeg spullen op zijn kraam. Het kreeg vier ronde knoppen. Groen, geel, rood en blauw. Boven de knoppen plaatste Milo een schermpje.

Op het scherm zou een aardappel verschijnen.

Niet een echte aardappel, natuurlijk.

Een getekende aardappel met ogen.

“Waarom heeft hij ogen?” vroeg Lena.

“Dan is hij vriendelijk.”

“Waarom heeft hij wenkbrauwen?”

“Dan heeft hij karakter.”

Lena boog iets naar voren.

“Waarom heeft hij een snor?”

Milo keek naar het schermpje.

De aardappel had inderdaad een snor.

Een grote, krullende snor.

“Dat is een kruimige,” zei Milo.

Lena zei niets.

“De vastkokende krijgt geen snor,” voegde hij toe.

“Fijn.”

Aan de andere kant van de schuur werkte Lena aan Babs’ Bloemenkiezer.

Dat apparaat werd geen groot scherm. Babs wilde geen glanzende paal tussen haar zonnebloemen en tulpen. Ze wilde iets dat eruitzag alsof het al jaren bij haar kraam hoorde.

Lena had een oud houten kastje gevonden in een kringloopwinkel. Het was ooit een theekist geweest. Nu zaten er vijf kleine kaartjes in, met boven ieder kaartje een knop.

LIEFDE
SORRY
STERKTE
JARIG
GEWOON OMDAT HET DINSDAG IS

Als iemand op een knop drukte, verscheen er een korte tip op een smal schermpje.

Niet: koop productcode vierentwintig.

Wel: Een paar zachte tulpen. Niet te rood. Je hoeft niet alles tegelijk goed te maken.

Of: Zonnebloemen. Groot, warm en niet bang om gezien te worden.

Milo vond dat knap.

“Hoe weet jij dat allemaal?” vroeg hij.

Lena keek op van haar scherm.

“Dat weet ik niet. Ik verzin het.”

“Maar het klinkt alsof je het weet.”

“Dat is een deel van mijn werk.”

Milo knikte.

Hij vond het mooi dat Lena dat zo vanzelfsprekend zei.

Sinds de Braphone was het vaak over zijn uitvindingen gegaan. Over zijn ideeën. Over zijn kabels en kastjes en dingen die op de vreemdste momenten begonnen te piepen.

Maar Lena maakte de dingen begrijpelijk.

Zonder haar werden zijn apparaten soms een beetje als hijzelf wanneer hij zenuwachtig was.

Vol goede bedoelingen.

Maar moeilijk te volgen.

Die middag ging de deur van de schuur open.

Milo keek op.

Romy Ruiter stond in de deuropening.

Ze droeg een lichtblauwe jas, een zonnebril en een glimlach die nog steeds iets te precies op haar gezicht zat.

“Wat gezellig,” zei ze.

Lena keek van haar scherm op.

“U weet dat mensen meestal eerst aanbellen?”

“De deur stond open.”

“Dat is niet hetzelfde.”

Romy deed alsof ze dat niet hoorde. Haar blik gleed door de schuur. Over de werkbank. De dozen. De losse draadjes. De aardappel met snor op het scherm.

“Ah,” zei ze. “Dus het is waar.”

“Wat is waar?” vroeg Milo.

“Dat u een eigen systeem bouwt.”

Milo legde zijn schroevendraaier neer.

“Drie kleine hulpmiddelen.”

“Voor de markt,” zei Romy.

“Voor mensen op de markt,” verbeterde Lena.

Romy glimlachte.

“Dat is een aantrekkelijk verschil in formulering.”

“Dank u,” zei Lena.

“Maar u denkt te klein.”

Milo voelde zijn schouders strakker worden. Romy had dat zaterdag ook al gezegd.

Hij hield niet van dat gevoel.

Alsof iemand naar zijn werk keek en alleen zag wat er nog niet was.

Romy stapte de schuur in. Haar witte schoenen bleven opnieuw opvallend schoon. Milo vroeg zich af of Bright & Bold daar een spray voor had.

“U heeft aandacht,” zei Romy. “De Braphone is op televisie geweest. Mensen kennen uw naam. De markt praat over u. Dit is het moment om door te pakken.”

“Door te pakken naar waar?” vroeg Lena.

“Groter. Professioneler. Landelijk.”

Romy haalde een dun mapje uit haar tas en legde het op de tafel.

Op de voorkant stond:

BRIGHT & BOLD PRESENTEERT:
MARKTMAKERS VAN MORGEN

“Een online campagne,” zei Romy. “Met portretten van vernieuwende ondernemers. Korte filmpjes. Interviews. Bereik. Wij willen u daar graag bij hebben.”

Milo keek naar het mapje.

Het zag er mooi uit.

Te mooi misschien.

“En wat wilt u daarvoor terug?” vroeg Lena.

“Alleen samenwerking.”

“Dat is geen antwoord.”

Romy keek nu rechtstreeks naar Lena.

“Wij willen graag laten zien dat de markt openstaat voor de toekomst. U bent daar een prachtig gezicht voor.”

Lena bleef rustig zitten.

“Waarom ik?”

“Omdat u helder spreekt. U maakt ingewikkelde dingen toegankelijk. U heeft stijl. En u begrijpt kennelijk hoe je een merk bouwt.”

Milo keek naar Lena.

Hij zag dat de woorden haar raakten.

Niet omdat Romy gelijk had over Bright & Bold.

Maar omdat iemand eindelijk hardop zei wat Milo al een tijd voelde.

Lena was goed in wat ze deed.

Heel goed.

Romy schoof het mapje iets dichter naar haar toe.

“Denk erover na. Los van Milo, bedoel ik. U hoeft niet altijd naast iemand anders te staan om zichtbaar te zijn.”

Dat laatste bleef even in de schuur hangen.

Milo wilde meteen zeggen dat Lena helemaal niet naast hem stond.

Ze stond met hem.

Soms zelfs duidelijk vóór hem, als hij zijn sleutels kwijt was of dreigde een broodrooster uit elkaar te halen om te kijken of daar bruikbare onderdelen in zaten.

Maar hij zei niets.

Misschien omdat hij niet wist of hij het wel goed genoeg zou zeggen.

Lena keek naar het mapje.

Toen keek ze naar Milo.

“Dank u,” zei ze tegen Romy. “Ik denk erover na.”

Romy knikte.

“Dat dacht ik al.”

Ze draaide zich om en liep naar buiten.

Bij de deur bleef ze nog even staan.

“Overigens,” zei ze, zonder om te kijken. “Pas op met gratis ideeën. Mensen verwachten snel dat alles gratis blijft.”

Daarna was ze weg.

Milo hoorde haar auto starten.

Pas toen keek hij naar Lena.

“Wil je dat doen?” vroeg hij.

Lena draaide het mapje om. Op de achterkant stond een blauwe pijl, groter dan nodig was.

“Ik weet het niet,” zei ze eerlijk.

“Je zou het goed kunnen.”

“Dat is niet hetzelfde als dat ik het wil.”

“Nee.”

Hij pakte het groene knopje weer op.

“Maar je hoeft niet alleen maar mijn teksten te schrijven.”

Lena keek hem aan.

“Ik schrijf niet alleen jouw teksten, Milo.”

“Ik weet het.”

“En ik help niet alleen met jouw plannen.”

“Ik weet het.”

“Mooi.”

Er zat geen boosheid in haar stem.

Dat maakte het juist lastiger.

Milo knikte.

“Wat wil jij dan?” vroeg hij.

Lena keek naar de kaarsen op de tafel. Ze had die ochtend een nieuw etiket ontworpen. Het lag nog naast haar notitieboek.

LENA LICHT
Kaarsen voor gewone dagen die toch iets nodig hebben.

“Misschien,” zei ze, “wil ik dat mijn kaarsen ook een plek krijgen die echt van mij is.”

Milo glimlachte.

“Dat vind ik een goed plan.”

“Ja?”

“Ja. Alleen… ik hoop wel dat je nog af en toe wilt helpen als De Pieperij ineens besluit aardappels beledigend toe te spreken.”

Nu glimlachte Lena ook.

“Dat hangt ervan af hoe beledigend.”

Op dat moment piepte het kastje op de werkbank.

Het scherm lichtte op.

De aardappel met snor verscheen.

Met een deftige stem zei hij:

“Goedendag. Ik ben kruimig, betrouwbaar en niet geschikt voor een fruitsalade.”

Milo keek trots naar Lena.

Lena hield haar hoofd een beetje schuin.

“Dat is eigenlijk best goed.”

“Dank je.”

Toen verscheen er een tweede regel op het scherm.

Milo had die niet geprogrammeerd.

Er stond:

SMARTMARKT UPDATE BESCHIKBAAR.
KLIK HIER VOOR EEN BETERE TOEKOMST.

Milo staarde naar het scherm.

Lena ook.

“Heb jij dat gedaan?” vroeg ze.

“Nee.”

Het kastje piepte nog een keer.

De aardappel met snor knipperde met zijn ogen.

Toen zei hij, met dezelfde deftige stem:

“Mijn excuses. Ik word blijkbaar lastiggevallen door de toekomst.”