Beschrijving
De klokkenmaker van Zandwijk e-book epub
Proloog
De klokkenmaker van Zandwijk
De Geheimen van Zandwijk — Deel negen
Een Mara Witte-mysterie
Door Sjalotte d’Oignon en Von Zeist
De tijd die terugkwam
Frits Haan was op 4 april 1982 verdwenen.
Dat stond in het archief van Zandwijk.
Het stond in een vergeeld krantenbericht, tussen een advertentie voor diepvrieserwten en de uitslag van een klaverjaswedstrijd.
En het stond op een klein messing plaatje in de kerktoren.
Frits Haan, klokkenmaker.
1960–1982.
Hij hield de tijd gaande.
Niemand wist precies waarom er een sterfjaar op stond.
Frits was nooit gevonden.
Zijn fiets was wel gevonden. Die stond tegen een paal bij de haven, met een lekke band en een broodtrommel in de fietstas. Zijn gereedschapskist was verdwenen. Zijn vrouw had jarenlang gewacht.
Daarna was zij ook gestorven.
En de kerkklok van Zandwijk was blijven slaan.
Ieder uur.
Ieder halfuur.
Alsof er niets was gebeurd.
Op een natte maandagavond stond Bram Koster op een ladder in de toren en vervloekte hij een duif.
Niet hard. Bram vond vloeken in een kerk ongepast.
Maar de duif zat al twintig minuten op een balk boven zijn hoofd. Iedere keer als Bram een lamp probeerde te vervangen, liet het beest iets vallen.
“Dat is geen mening,” mompelde Bram. “Dat is vandalisme.”
Bram was vrijwilliger bij de kerk. Hij repareerde losse planken, maakte de regenpijp schoon en zette stoelen recht wanneer er een bruiloft was geweest.
Hij hield niet van hoogtes.
Dat was lastig, want de kerktoren van Zandwijk was hoog.
Beneden lag het dorp donker en glinsterend in de regen. De havenlampen brandden langs het water. In de verte klonk een meeuw die waarschijnlijk ook vond dat het tijd was om naar bed te gaan.
Bram keek op zijn horloge.
04.11 uur.
“Bijna klaar,” zei hij tegen zichzelf.
Dat zei hij vaak wanneer hij nog lang niet klaar was.
Hij draaide de nieuwe lamp vast. Het licht flakkerde één keer.
Toen twee keer.
Daarna ging het uit.
Bram zuchtte.
“Prima,” zei hij. “Dan doen we het ouderwets.”
Hij pakte zijn zaklamp en scheen langs de houten balken van de toren.
Daar zag hij iets wat er niet hoorde te zijn.
Een deur.
Bram kende de toren goed. Hij had er ooit drie weken gewerkt aan een vochtplek die uiteindelijk een lekkende emmer bleek te zijn. Hij kende de trap, de klokken, de touwen en de kast met kerstversiering.
Maar deze deur had hij nog nooit gezien.
Hij zat achter de grote klok, laag bij de muur. Donker hout. Smal. Zonder klink.
Alsof iemand hem niet had bedoeld om open te doen.
Op de deur stond een vers krijtstreepje.
Een pijl.
Naar beneden.
Bram voelde iets kouds langs zijn nek trekken.
“Dat is niet grappig,” zei hij.
De duif boven hem zei niets terug.
Toen begon de grote kerkklok te bewegen.
Bram keek op.
De wijzers stonden al jaren stil op 04.12 uur.
Iedereen in Zandwijk wist dat. De klok zelf liep niet meer. Alleen het uurwerk binnenin was ooit aangepast, zodat de klokken nog konden slaan.
Maar nu schoof de lange wijzer langzaam vooruit.
Een minuut.
Nog een minuut.
Het mechaniek kraakte diep in de toren.
Bram deed een stap achteruit.
De klok sloeg.
Eén keer.
Niet voor een heel uur.
Niet voor een halfuur.
Gewoon één slag.
Daarna ging de verborgen deur open.
Achter de deur lag een smalle stenen trap.
Naar beneden.
Uit de duisternis kwam een geluid.
Tik.
Tik.
Tik.
Geen klok.
Geen druppelend water.
Het klonk als metaal tegen glas.
Bram scheen met zijn zaklamp naar binnen.
Halverwege de trap lag een gereedschapskist.
Oud leer. Roestige sluitingen. Een koperen handvat.
Op de zijkant stonden drie letters.
F.H.
Bram kende die letters.
Iedereen die ooit in de toren had gewerkt, kende ze.
Frits Haan.
De verdwenen klokkenmaker.
Bram bleef stokstijf staan.
Toen klonk er een mannenstem uit de ruimte onder de trap.
Oud.
Hees.
Maar duidelijk.
“Is het al tijd?”
Bram liet zijn zaklamp vallen.
Beneden in het dorp sloeg de kerkklok opnieuw.
Eén keer.
En in de donkere toren begon iets te tikken dat veertig jaar had gewacht.




Beoordelingen
Er zijn nog geen beoordelingen.