Beschrijving
De schilder van de haven e-book epub
Proloog
De schilder van de haven
De Geheimen van Zandwijk — Deel acht
Een Mara Witte-mysterie
Door Sjalotte d’Oignon en Von Zeist
Natte verf
Willem Nol was al vijfendertig jaar dood.
Dat stond op zijn grafsteen.
Het stond in de catalogus van het streekmuseum.
En het stond, in kleine letters, op de achterkant van bijna elk schilderij dat hij ooit had gemaakt.
Willem Nol, 1941–1989.
Toch brandde er licht in zijn atelier.
Rosa Meijers zag het toen zij die nacht haar hond uitliet.
Het was half drie. De haven lag stil. De boten tikten zacht tegen hun touwen. Achter de ramen van de huizen brandden nog maar weinig lampen.
Rosa hield niet van stiltes.
Daarom had ze een hond.
De hond heette Kees.
Kees hield niet van water, fietsen, katten, vuilniswagens of mensen met hoeden. Maar hij hield van Rosa.
Dat was voor haar genoeg.
Ze liepen langs de oude havenloods waar Willem Nol vroeger werkte. Het atelier stond al jaren leeg. De ramen waren dichtgespijkerd. Op de deur hing een bord met VERBODEN TOEGANG dat zo verweerd was dat het eerder als een uitnodiging klonk.
Kees bleef plotseling staan.
Hij gromde.
“Wat is er nou weer?” vroeg Rosa.
Toen zag ze het licht.
Hoog achter het raam op de eerste verdieping brandde een lamp.
Warm geel.
Niet fel.
Alsof iemand rustig zat te lezen.
Rosa keek naar de loods.
“Daar hoort niemand te zijn,” zei ze.
Kees gromde harder.
Rosa stapte dichterbij.
Ze was geen angstig mens. Ze had drie kinderen grootgebracht, twee verbouwingen overleefd en jarenlang in de viswinkel van haar broer gewerkt.
Maar toen ze door een kier tussen de planken keek, voelde ze haar nek koud worden.
In het atelier stond een man.
Hij zat voor een schildersezel.
Hij droeg een donkere jas. Zijn rug was naar het raam gekeerd. Voor hem stond een groot doek.
Rosa kon het schilderij niet goed zien.
Alleen water.
Havenlicht.
En een vrouw in een blauwe jas op de kade.
“Wie is dat?” fluisterde Rosa.
Kees begon te blaffen.
De man draaide langzaam zijn hoofd.
Rosa zag geen gezicht.
Alleen wit haar.
En een hand vol blauwe verf.
De man stond op.
Hij liep naar het raam.
Rosa deed een stap achteruit.
Kees trok aan de riem.
De lamp ging uit.
Het atelier werd donker.
Rosa bleef nog even staan.
Toen hoorde ze een geluid vanaf de kade.
Een klap.
Een zware, natte klap.
Kees trok haar richting het water.
Daar, tussen twee boten, dreef iets op de golven.
Een groot schildersdoek.
Rosa pakte de reling vast en boog zich voorover.
Op het doek stond dezelfde haven.
Dezelfde vrouw in de blauwe jas.
Maar nu lag de vrouw op de grond.
Naast haar was met verse, blauwe verf één zin geschreven.
HIJ SCHILDERT WAT ER NOG MOET GEBEUREN.




Beoordelingen
Er zijn nog geen beoordelingen.